In de eerste helft van de negentiende eeuw was het leven langs de Amstel nauw verbonden met de scheepvaart. Goederen, voedsel en handelswaar werden via de rivier naar Amsterdam vervoerd. Langs de dijken liep een smal pad: het jaagpad. Over dat pad werden schepen voortgetrokken.
Een van de mannen die dit zware werk deed was Maarten van Heumen, scheepsjager in Nieuwer-Amstel.
Dit is een mogelijke werkdag uit zijn leven rond 1825–1835.
Een vroege ochtend aan de Nes
De ochtend begint vroeg. De mist hangt nog boven de Amstel wanneer Maarten de deur van zijn huis aan de Nes opent. De dijk is vochtig van de nacht en het water stroomt rustig langs de oever.
Binnen heeft zijn vrouw Maria van Dijk al het vuur aangestoken. Op de tafel staan brood, kaas en een kan warme koffie.
Hun huis is eenvoudig maar netjes ingericht. In de hoek staat de rode kast die Maarten ooit op een boedelverkoop kocht. Rond de beschilderde tafel staan de stoelen waarop ’s avonds het gezin samen eet.
Na een korte maaltijd gaat Maarten naar buiten om aan het werk te gaan.
Het werk van een scheepsjager
Langs de Amstel ligt het jaagpad. Hier worden schepen voortgetrokken richting Amsterdam.
Soms is er een paard beschikbaar dat het schip trekt. Dat paard behoort meestal toe aan de schipper of aan iemand die het jaagwerk organiseert.
Maar het is niet zeker dat Maarten zelf een paard had.
Op dagen dat er geen paard beschikbaar is moet de jager het schip zelf trekken. Dan wordt de jaaglijn om de schouder gelegd en loopt de man voor het schip uit over het pad.
Het is zwaar werk. Stap voor stap komt het schip achter hem in beweging.
De Zwaluwenbuurt
Niet ver van de Nes ligt de Zwaluwenbuurt, een kleine verzameling huizen langs de Amstel.
Hier wonen mensen die allemaal hun bestaan vinden rond de rivier:
-
scheepsjagers
-
schippers
-
boeren
-
arbeiders
Kinderen spelen langs de dijk en vrouwen hangen was te drogen. Boerenwagens staan tegen de huizen.
In zo’n kleine gemeenschap kent bijna iedereen elkaar.
De veldwachter op de dijk
Niet ver van de Nes ziet Maarten een bekende figuur op de dijk lopen.
Het is Jacobus Sneeuw, de veldwachter van het dorp.
Jacobus draagt een lange jas en houdt een wandelstok in de hand. Als veldwachter loopt hij vaak langs de dijken en wegen om toezicht te houden op de polders, het verkeer en de boeren.
Hij kent bijna iedereen in de buurt.
“Goedemorgen Maarten,” roept hij.
“Dag Jacobus,” antwoordt Maarten terwijl hij even blijft staan met de lijn over zijn schouder.
Ze wisselen een paar woorden.
Jacobus vraagt waar het schip heen gaat.
Maarten wijst naar het noorden.
“Amsterdam vandaag.”
De veldwachter knikt.
“Rustig water vandaag. Geen klachten van de boeren langs de dijk.”
Dat was ook zijn taak: zorgen dat jagers, schippers en boeren elkaar niet in de weg zaten.
Bekenden langs de rivier
Onderweg komt Maarten andere dorpsgenoten tegen.
Bij een boerderij staat Rijk Lambert Stam die even zijn hand opsteekt. Niet veel verder ziet hij Jacobus Vermeij, die met een kar langs de weg staat.
Het leven langs de Amstel is klein en overzichtelijk. Dezelfde mensen komen elkaar elke dag weer tegen.
Herbergen langs de Amstel
Langs de rivier liggen ook enkele herbergen. Dit zijn belangrijke plekken voor schippers en jagers.
Hier kan men:
-
eten
-
een borrel drinken
-
paarden laten rusten
-
nieuws uitwisselen
Wanneer er een paard bij het schip hoort krijgt het hier water. Als Maarten zelf trekt, rust hij soms even uit op een bankje langs de dijk.
De avond aan de Amstel
Wanneer het werk gedaan is keert Maarten terug naar zijn huis aan de Nes.
De zon zakt achter de polders en de Amstel wordt stil. In de huizen van de Zwaluwenbuurt brandt licht.
Binnen zit het gezin al aan tafel. Maria heeft het eten klaar.
De kinderen praten over hun dag terwijl buiten nog een schip langs de rivier glijdt.
En morgen zal Maarten opnieuw over het jaagpad lopen — soms naast een paard, maar soms ook alleen, met de lijn over zijn schouder en het schip achter zich aan trekkend langs de Amstel.
Reactie plaatsen
Reacties