Het leven Maarten van Heumen

Gepubliceerd op 4 april 2026 om 15:21

Het leven van Martinus (Maarten) van Heumen

Van het rivierdorp naar de jaagpaden langs de Amstel

In de zomer van 1774 werd in het kleine rivierdorp Horssen een jongen geboren die later zijn leven ver van zijn geboortegrond zou opbouwen: Martinus van Heumen, door iedereen eenvoudig Maarten genoemd.

Op 28 juni 1774 werd hij in de rooms-katholieke kerk van het dorp gedoopt als Martinus Hendricks. Zijn ouders, Hendricus Derks van Heumen en Hanna Wouters Ariens, leefden zoals de meeste mensen in het Land van Maas en Waal: eenvoudig, dicht bij de natuur en afhankelijk van het land en het seizoen.

Het was een tijd van grote veranderingen. Nederland stond op de drempel van politieke omwentelingen. De oude Republiek wankelde, de Franse invloed groeide en het leven van gewone mensen werd steeds vaker beïnvloed door oorlog, belastingen en nieuwe wetten.

Voor jonge mannen betekende dat vaak één ding:
wegtrekken om werk te zoeken.

 

De reis naar Holland

Rond het begin van de 19e eeuw trok Maarten naar het noorden, naar de streek langs de Amstel. Daar lagen de dorpen Ouder-Amstel en Nieuwer-Amstel, dicht bij het bruisende Amsterdam.

Over de Amstel voeren dagelijks schepen met turf, melk, graan en handelswaar. Langs de rivier liepen jaagpaden, waar paarden de schepen voorttrokken richting de stad.

Hier vond Maarten werk.

Op 15 december 1811, midden in de Franse tijd toen Nederland onder Napoleon viel, trouwde hij in Ouder-Amstel met Maria van Dijk, een jonge vrouw uit Vinkeveen.

In de huwelijksakte staat Maarten vermeld als werkman. Zowel hij als Maria konden niet schrijven; zoals zoveel arbeiders uit die tijd zetten zij een kruisje onder hun naam.

Maar met dat eenvoudige teken begon hun leven samen.


Een huis in de Nesser Zwaluwbuurt

Na hun huwelijk vestigden Maarten en Maria zich langs de Amstel, onder de Nes, in wat later bekend stond als de Nesser Zwaluwbuurt.

In de administratie van de gemeente werd deze buurt omschreven als:

Wijk 3 (C): Nesser Zwaluwbuurt, Zwarte Kat, Ringdijk en Middenweg.

Het was een kleine gemeenschap van schippers, boeren, arbeiders en jagers. De huizen stonden dicht bij het water, want het werk speelde zich af langs de rivier.

Langzaam begon het jonge echtpaar hun huis in te richten.

Bij een openbare verkoop van huisraad in 1812 kocht Maarten enkele spullen voor hun woning:

  • een rode kast

  • een beschilderde tafel met een kleine kast

  • zes keukenstoelen

  • twee katoenen jasjes

Samen kostten deze aankopen ƒ 14,70 — een flinke uitgave voor een arbeider.

Men kan zich voorstellen hoe Maria de rode kast vulde met linnengoed, hoe de stoelen rond de tafel werden gezet en hoe hun kleine huis langzaam veranderde in een echt gezinshuis.

Een jaar later, in 1813, kocht Maarten nog een broek en een borstrok bij een boedelverkoop. Ook zulke kleine aankopen vertellen een verhaal: het huis werd stap voor stap gevuld.

Het leven van een scheepsjager

In de loop van zijn leven had Maarten verschillende beroepen.

In akten wordt hij genoemd als:

  • werkman

  • dagloner

  • landbouwer

  • drijfboer

Maar uiteindelijk werd hij wat veel mannen langs de Amstel waren: scheepsjager.

Een scheepsjager liep met een paard langs het jaagpad en trok daarmee een schip voort over de rivier. Het was zwaar werk. In weer en wind liep men langs het water, soms kilometers ver.

De Amstel was hun werkplaats.
Het paard, de lijn en het schip vormden een vertrouwd beeld in het landschap.

 

 

De pacht van het gras (1827)

In 1827 verschijnt Maarten opnieuw in de archieven.

In het rechthuis van Uithoorn werd een openbare verpachting gehouden van het gras langs de wegen tussen Ouderkerk en Uithoorn. Dat gras was waardevol veevoer.

Maarten bood mee en kreeg het perceel toegewezen van:

Ouderkerk aan den Amstel tot aan de rooms-katholieke kerk aan de Nes.

De pacht bedroeg één gulden.

Omdat hij niet kon schrijven zette hij opnieuw een kruisje als handmerk onder de akte.


Een groeiend gezin

In hun huis in de Nesser Zwaluwbuurt groeide het gezin van Maarten en Maria.

Zij kregen zes kinderen:

  • Hendricus (Hendrik) – 1812

  • Cornelis – 1815

  • Jan (Johannes) – 1816

  • Maria – 1819

  • Petronella – 1824 (jong overleden)

  • Petronella – 1826

De drie zonen volgden hun vader in zijn beroep.
Alle drie werden zij scheepsjager langs de Amstel.

Zo werd het werk van vader op zoon doorgegeven.


De laatste jaren aan de Nes

Maarten woonde zijn hele leven in dezelfde buurt langs de Amstel.

De archieven vermelden verschillende adressen, maar steeds binnen wijk 3 – de Nesser Zwaluwbuurt:

  • onder de Nes

  • wijk 3 in Nieuwer-Amstel

  • aan de Nes nr. 99

  • wijk C nr. 57

  • uiteindelijk het huis aan de Nes nr. 58

Daar, vlak bij het jaagpad waar hij zo vaak had gelopen, bracht hij zijn laatste jaren door.


Het einde van een jagersleven

Op 1 maart 1841, om tien uur in de ochtend, overleed Martinus (Maarten) van Heumen in Nieuwer-Amstel.

Hij was 66 jaar oud.

Bij de overlijdensaangifte op 3 maart 1841 stonden twee mannen naast elkaar:

  • Jacobus Sneeuw, een bekende uit de buurt

  • Cornelis van Heumen, zijn zoon

Zijn vrouw Maria van Dijk bleef nog ruim twintig jaar leven. Zij overleed in 1864 in Sloten.


Een eenvoudig leven, een blijvende familie

Maarten van Heumen was geen beroemd man. Hij was geen burgemeester of koopman.

Hij was een arbeider, een vader en een scheepsjager.

Maar in zijn leven weerspiegelt zich het verhaal van vele Nederlanders in de 19e eeuw: mensen die hun geboortegrond verlieten, een nieuw bestaan opbouwden en hun familie wortel lieten schieten in een nieuwe streek.

Langs de Amstel waar Maarten ooit met zijn paard de schepen trok, zouden nog generaties Van Heumens wonen en werken.

En ergens langs dat oude jaagpad, tussen het ruisen van het water en het geluid van paardenhoeven op de dijk, ligt het begin van hun familiegeschiedenis.


Reactie plaatsen

Reacties

Er zijn geen reacties geplaatst.

Maak jouw eigen website met JouwWeb